De Kleding

Het sobere zwarte "kisten-tuug" van de mannen werd vroeger alleen gedragen op bijzondere bijeenkomsten, zoals bijvoorbeeld een begrafenis. Onder de lange zwarte jas dragen de heren een zwart befje, een zwart vest, en een blauw-wit gestreepte kiel. De witgeschuurde klompen horen ook bij de nette out-fit. Het tenue van de "lulleman", een blauwe kiel en een rode zakdoek, is het werktenue.

De knipmutsen van de dames zijn gemaakt van kant. Het patroon van de knipmuts vertelt veel over de gesteldheid van de familie: hoe fijner het patroon, hoe rijker de familie. Het stevenen van de knipmutsen is een tijdrovend karwei. Mede daardoor is zo'n knipmuts behoorlijk duur. Daar komt bij dat de gestevende knipmuts absoluut niet tegen regen kan. Dus bij de eerste de beste regendruppels, vliegen de dames naar binnen. De schort is in een blokpatroon gestreken en gestevend.

De lulleman draagt een rozenstok ("goa-stok"). Aan deze rozenstok zitten rozen en linten. Vroeger werd deze stok gebruikt bij het "brulfte-neugen" (het uitnodigen voor een bruiloftsfeest). De "brulfte-neugers" kwamen bij de genodigden op bezoek om ze persoonlijk uit te nodigen voor het aanstaande bruiloftsfeest. Bij elk bezoek werd een borreltje gedronken, zodat ze aan het eind van de dag behoorlijk dronken waren. Elke keer dat iemand ging "neugen" werd een roos aan de "gao-stok" gebonden. Hieraan was dus te zien hoe vaak iemand op pad was geweest om te "neugen". Kwam een "brulfte-neuger" bij een familie waar nog een huwbare dochter in huis was, dan werd daar een lintje aan de "gao-stok" gebonden. Jonge mannen die nog op zoek waren naar een partner konden dus aan de "gao-stok" zien of de bruiloft voor hen interessant was...